J’accuse: dit laffe land, dit laffe zwijgen
dit laffe aarzelen terwijl ginds, de lijken
J’accuse onze politieke leiders die zeggen:
“Ja, het is erg allemaal, maar ge moet begrijpen,
Israël, dat is ons licht in die anders zo duistere contreien
J’accuse de twijfel, het schoorvoeten om
deze ramp een genocide te noemen terwijl
alle experten roepen: ja, dit, hier, nu. Dit is het.
J’accuse het als pragmatiek vermomde gebrek
aan medelijden, opgelegde uithongering van een volk
laconiek weggeschoven als “geruis uit de buitenwereld”
J’accuse het gebrek aan wrevel, het gebrek aan vragen,
het gebrek aan juiste woorden in onze nieuwsjournalen,
het gebrek aan moed en wil om Israël uit te dagen
J’accuse het falen, van wij als continent, van wij als staat,
van wij als volk, en ja, zelfs van wij als mensen,
die allen deze hel op onze smartphones broadcasten
J’accuse, godverdomme, j’accuse de genocidaire Apartheidsstraat
die zich Israël noemt en j’accuse elk godverdoms Westers land
dat deze barbarij toestaat – er zelfs geld uit slaat.
J’accuse en j’accuse en j’accuse tot mijn keel droog
en mijn stem schor staat – en prevel:
Viva, viva, Palestina!

