Home / Jaccuses_Oostende / J’accuse van Tine Claus

J’accuse van Tine Claus

J’accuse

door Tine Claus, directeur van Vluchtelingenwerk Vlaanderen

In Gaza vallen de bommen.
In België valt het stil.

Israël bombardeert ziekenhuizen,
snijdt voedsel en water af,
doodt kinderen in hun bed,
laat hen verhongeren.

Niet per ongeluk.
Niet als nevenschade.
Maar als strategie.

De wereld kijkt.
En België?
België kijkt weg.

Geen sancties. Geen boycot.
Geen stopzetting van relaties.
Geen poging om levens te redden.

Ik beschuldig een staat
die haar mond houdt terwijl genocide plaatsvindt.
Die zich verschuilt achter diplomatie,
maar wél haar havens openhoudt voor wapens.
Die symbolische hulp laat droppen boven Gaza,
maar zwijgt over wie die honger veroorzaakt.
Die zegt: wij zijn te klein,
maar intussen groot is in lafheid.

Ik beschuldig een regering
die haar verplichtingen onder het Genocideverdrag negeert.
Die het recht kent — en toch zwijgt.
Die zegt: we nemen het ernstig,
maar niets doet wat echt telt.

Mensen vluchten voor bommen en bezetting —
en botsen hier op gesloten deuren.

De procedure wacht.
De bommen niet.

Ik beschuldig een beleid
dat belooft te beschermen,
maar mensen in de steek laat.
Dat rechten erkent,
maar levens tegenwerkt.
Dat vluchten verdacht maakt,

alsof niet de raketten het probleem zijn —
maar zij die ervoor vluchten.

Ik ben directeur van Vluchtelingenwerk.
Ik zie hoe mensen blijven vechten:
voor bescherming,
voor erkenning,
voor een kans om te overleven.

En ik ben moeder.
En ik vraag me af:
Wat zeg je later tegen je kind,
Als het vraagt wat je deed
— toen kinderen massaal werden vermoord?

Ik spreek u aan als mens, als ouder.
Maar u draagt de verantwoordelijkheid als beleidsmaker.

Wie zwijgt, kiest.
Dus schaar ik mij achter de aanklacht tegen de Belgische overheid.
Het is mijn plicht te spreken.

Ik wil niet medeplichtig zijn.