Home / Jaccuses_Oostende / J’ACCUSE van Layla El-Dekmak

J’ACCUSE van Layla El-Dekmak

Brief aan de regering,

Beste eerste minister van België,

Sta me toe, in mijn dankbaarheid voor wat België me al gegeven heeft, om bezorgd te zijn over uw opgebouwde glorie en u te vertellen dat uw ster, uw leeuw van goud wordt bedreigd met de meest schandelijke, de meest onuitwisbare vlek?

U bereidt zich voor op een plechtige triomf, om als voorvechter van democratische waarden en morele superioriteit op het wereldtoneel te verschijnen, denkend dat anderen uw waarheid en streven naar vrijheid zullen bekronen. Maar wat een smet op uw naam – ik wilde zeggen op uw regering – deze afschuwelijk gruwelijke genocide waar u actief aan bijdraagt. De geschiedenis zal schrijven dat het onder uw regering was dat zo’n sociale misdaad kon worden gepleegd. Ik zal de waarheid vertellen, omdat ik beloofd heb die te vertellen, zeker als uw zittingen, waar de zaak beslist wordt, dat niet doen. Het is mijn plicht om te spreken, ik wil geen medeplichtige zijn. Mijn nachten en dagen worden achtervolgd door het spookbeeld van onschuldige Palestijnen, hun kapotgebombardeerde onschuldige lijven, die boete doen, in de meest verschrikkelijke martelingen, voor een misdaad die zij niet hebben begaan. En het is tot u, mijnheer de eerste minister, dat ik deze waarheid zal roepen, met al de kracht van mijn opstandigheid als eerlijk mens. Ik ben ervan overtuigd dat u dit alles weet, we weten het ondertussen allemaal, onwetendheid is geen schild dat u nog kan inzetten. En aan wie zal ik de kwaadaardige bende van de echte schuldigen aanklagen, als ik dat niet aan u doe, de hoogste uitvoerende macht van het land?

Ik beschuldig de Belgische overheid van medeplichtigheid, niet in het minst vanwege een totale zwakheid van geest bij één van de grootste onrechtvaardigheden van deze tijd.

Ik beschuldig onze overheid van het niet naleven van het Het Genocideverdrag, de verdragen van Genève, het VN-Handvest en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. 

Ik beschuldig onze regering van schuldig te zijn in het vernietigen van onze menselijkheid en rechtvaardigheid, met als doel enkel hun eigen compromitterende posities te vrijwaren. 

Ik beschuldig onze overheid in het bezit te zijn van het gruwelijkste bewijs van de onschuld van de Palestijnen en alsnog hun hoop en voortbestaan te verstikken. 

Ik beschuldig onze regering van de meest monsterlijke partijdigheid en daarbij horende bijna naïeve brutaliteit.

Ik beschuldig onze regering van het uitbrengen van valse en frauduleuze conclusies op basis van waarachtige bewijzen, tenzij een medisch onderzoek wordt ingesteld dat verklaart dat ze lijden aan een ziekte die zorgt voor een totaal gebrek aan visie en oordeel. Zodoende beschouw ik hen totaal onbekwaam voor een leiderspositie in een democratische staat die het internationaal recht en de mensenrechten dient na te leven. 

Ik beschuldig Bart de Wever van partijdigheid, van te fungeren als doorgeefluik voor de propaganda van Israël, van het verder dehumaniseren van het Palestijnse volk, van het rechtvaardigen van een genocide, het grootste misdrijf der misdrijven. Van het uitvoeren van een schandelijke campagne die onze publieke opinie heeft gevormd en de schuld van Israël al te vaak bedekt. Als hoofd van de regering acht ik hem ook verantwoordelijk voor alle nadien vermelde aanklachten.

Ik beschuldig Maxime Prévot van medeplichtigheid bij de meer dan 58.573 gruwelijk vermoorde Palestijnen, waaronder meer dan 17.400 kinderen. Een uitgewiste toekomst die nooit meer zal zijn. Van het falen in het uitstippelen van een doortastend beleid dat een degelijk antwoord biedt op de reële situatie. 

Ik beschuldig Annelies Verlinden van het steunen van het schenden van het recht, van het proberen goedpraten van deze schendingen, en het misdrijf te plegen van het willens en wetens vrijspreken van de echte dader, Israël.

Ik beschuldig Theo Francken van het toedekken van de dagelijkse schendingen van het oorlogsrecht door Israël en het absoluut falen om deze te veroordelen, mede waarschijnlijk door het absoluut gemis aan kennis van -of respect voor- datzelfde oorlogsrecht. Ik beschuldig Francken voor het schenden van het Belgisch wapenembargo uit 2009 en van het aankopen van meer dan 100 ton munitie van Israël.

Ik beschuldig David Clarinval van het voeden van een monster, van negende grootste importeur te zijn van Israëlische goederen en zo de economische groei aan te moedigen van een genocidaire koloniale apartheidsstaat. Terwijl u, beste Clarinval, Israël voedt, worden de Palestijnen in Gaza aan de pijnlijkste, traagste dood onderworpen, namelijk die van uithongering. 

Ik beschuldig Rob Beenders van het ontegensprekelijk hypocriet onderschrijven van de mensenrechten, van gelijkheid, terwijl deze regering openlijk apartheid steunt, financiert en sponsort. 

Ik ken de mensen niet die ik beschuldig, zij die onze overheid uitmaken, ik heb ze nooit ontmoet. Voor mij zijn het de incarnaties van sociaal kwaad. De daad die ik hier stel is een poging tot een revolutionair antwoord op hun grotesk falen. 

Ik heb maar één wens, die van rechtvaardigheid, in naam van onze menselijkheid die al te veel geleden heeft en die recht heeft op geluk. Mijn vurig protest is de roep van zovelen. 

Accepteer dit uiten van mijn diepste respect. Niet voor u, beste regering, maar wel voor onze gezamenlijke menselijkheid, het recht, het Palestijnse volk en onze toekomst. Eén die geschapen wordt door daden. Laat deze daad, onze beschuldigingen, deze rechtzaak, een rechtzetting bekomen van uw vernietigende beslissingen vol gruwel en hardvochtigheid. Laat deze rechtzetting – in tegenstelling tot uw acties – leiden tot meer leven, niet minder. 

Ik schaar mij achter de aanklacht tegen de Belgische overheid, het is mijn plicht te spreken, ik wil niet medeplichtig zijn.

Hoogachtend,

Layla El-Dekmak

Journalist en Belgisch staatsburger